Home nieuws Modern biologisch
Modern biologisch PDF Print E-mail


Math Loonen: ‘natuurbeheer en vleeskoeien, een mooie combinatie’

 

De Charolaiskoeien van bioveehouder Math Loonen uit het Noord-Limburgse Siebengewald begrazen ruim 160 hectaren natuurterreinen. De dieren zorgen voor een mooie combinatie van natuurbeheer en vleesproductie. Of puur Charolais vlees uit de Limburgse natuur.

 

Op De Korenhof in het Noord-Limburgse Siebengewald worden de Charolaiskoeien van Math en Mientje Loonen zo kort mogelijk op stal gehouden, maximaal vier maanden. Daarbuiten scharrelt negentig procent van het 130 tellend veekoppel rond in het Nationaal park “De Maasduinen” op een 5 ha tellend perceel van het limburgs landschap en in natuurweiden van Staatsbosbeheer te Broekhuizen, zo’n dertig kilometer verderop. Math Loonen (52) : ‘De zoogkoeien met kalf trekken steevast de aandacht van wandelaars die van de natuur komen genieten. Natuurbeheer en vleeskoeien is een mooie combinatie. Het zorgt bovendien hier op de eigen huiskavel ook voor rust.’

 

Van melk naar bio-vlees

Math Loonen nam dertig jaar terug het ouderlijk bedrijf over. Tot 1993 werden er op De Korenhof zo’n zestig Holstein melkkoeien aangehouden. ‘In 1990 bedroeg de melkjaarproductie hier zo’n 9.500 kilogram melk per koe,’ vertelt Math terecht nog fier op de prestatie, ‘maar vanwege ernstige rugproblemen diende ik het melken te stoppen. De melkrobot stond nog in de kinderschoenen. We zochten daarop andere mogelijkheden om grond en gebouwen te benutten. De zoogkoeienhouderij kwam daarbij in zicht.’ Na een omzwerming met het Simmenthaler ras, koos het echtpaar finaal voor het Charolais ras. ’Charolaisdieren zijn makkelijk te houden. Ze kalven makkelijk af, zijn makkelijk in de omgang en stellen geen hoge eisen aan voeding en verzorging.’ Tijdens een natuurwandeling met de buurtvereniging kwam de veehouder in contact met een terreinbeheerder van de gemeente Bergen. Zo stapte Math Loonen in een begrazingsproject van de Bergerheide, nu onderdeel van het nationaal park De Maasduinen. Aanvankelijk geschiedde dit op het honderd hectaren groot terrein met 18 koeien en kalveren. Later werd dit teruggebracht naar 10 koeien omdat dit volgens de beheerders beter bij de natuurdoelstellingen paste. ‘De runderen zorgen ervoor dat het terrein open blijft,’ legt Math uit, ‘te intensief begrazen is echter ongewenst met het oog op de plantenrijkdom. Goed overleg met de beheerders is in deze belangrijk. Als je in de natuur wilt werken moet je niet puur landbouwkundig denken, maar accepteren dat de natuurdoelstellingen op de eerste plaats komen.’ Acht jaar terug kreeg Math Loonen er nog 50 hectaren natuurweiden van Staasbosbeheer te Broekhuizen bij. Hiervan zijn 35 hectaren in gebruik voor begrazing. Ongeveer 15 hectaren maait hij rond 15 augustus als natuurhooi voor de wintervoeding. ‘Omdat we dieren op natuurterreinen houden, kunnen we nu veel meer vleesvee houden dan op mijn eigen twintig hectare huiskavel. Het mes snijdt dus aan meerdere kanten.’

In 2002 zette de veehouder de stap naar biologische bedrijfsvoering, een tweede omschakeling. Niet vanwege diepzinnige levensbeschouwingen, wel bewust. ‘Het toepassen van bestrijdingsmiddelen en kunstmest heb ik hier altijd al tot een minimum beperkt, er komen immers wel altijd restjes in de voeding.’ Na twee jaar van omschakeling mocht Loonen het EKO keurmerk voeren. ‘De omslag was al bij al niet zo moeilijk,’ geeft hij aan, ‘mede omdat de oude ligboxenstal met buitenvoedering aanvaardbaar is in een biologische bedrijfsvoering.’

Problemen met de aanvoer van biogrondstoffen als veevoer zoals men in het Verenigd Koninkrijk kent, heeft de veehouder hier niet. Het winterrantsoen bestaat uit natuurhooi en voordroogkuil van grasklaver, gewonnen op de huiskavel. Kalveren krijgen wat mais extra en een gewone bio standaard brok. ‘Met de brok voor de afmestdieren incluis komen we uit op vier ton brok op jaarbasis. We trachten de kosten, in de eerste plaats de voerkosten, zo laag mogelijk te houden.’

De veehouder verwacht dat er de komende jaren nog heel wat natuurterreinen bijkomen. ‘De bioveehouderij heeft zeker een toekomst. Bio moet natuurlijk wel passen in het totale bedrijfsplaatje: een beetje ideologie, een bedrijfsvoering met veel grond voorhanden en de aanwezigheid van een afzetkanaal. Ik ben geen geitenwollensokken figuur, wel een moderne biologische boer.’

 

Tussenkalftijd interessantste kengetal

Vervangingsvee aankopen mag in een biologische bedrijfsvoering maar de dieren moeten dan wel afkomstig zijn van biobedrijven. Kunstmatige inseminatie mag ook maar embryotransplantatie daarentegen is niet toegelaten. Loonen gebruikt jaarlijks twee dekstieren die hij ofwel op gangbare, doorgefokte stamboekbedrijven aankoopt ofwel zelf opgefokt heeft. Karakter en groeisnelheid staan voorop in zijn selectiecriteria. ‘Ze moeten zich netjes gedragen,’ verduidelijkt de Limburger. In zijn beleving stemt een goede groeisnelheid overeen met een groei van 1200 gram per dag van geboorte tot op speenleeftijd, op ongeveer 270 dagen.

De Charolaisdieren op De Korenhof kalven een eerste maal af op een leeftijd van drie jaar. Op de vraag naar de gemiddelde tussenkalftijd loopt de veehouder onmiddellijk een schrift halen en overloopt de cijfers op de pagina’s. ‘Gemiddeld zo’n 365 dagen,’ geeft hij aan, ‘dit heb ik altijd al het interessantste kengetal gevonden. Vandaar dat ik het altijd zo nauwgezet heb opgetekend.’

De koeien kalfden voorheen het jaar rond. Nu is het afkalfpatroon van november tot mei/juni. ‘Zo kunnen we maximaal de natuurbegrazing benutten. Bovendien telt de mestproductie op natuurweiden niet mee in de mestboekhouding.’ De kalveren blijven negen à tien maanden bij de koe. De stierkalveren verkoopt de veehouder na de zoogperiode op een levend gewicht van 250-300 kilogram aan een stierenmester. De vrouwelijke dieren blijven op het bedrijf. ‘Sommige koeien zijn al 15 jaar oud,’ benadrukt de veehouder. ‘de laatste koe die weg ging woog 430 kilogram geslacht.’

 

Verbreding met boerderijwinkel en website

Gangbaar of bio? Bedrijfseconomisch maakt het volgens Loonen weinig uit: ‘een echte saldoberekening heb ik niet gemaakt. Zeker is dat de vleesveehouderij geen vetpot is.’ Daarom verruimde het echtpaar nu twee jaar terug de combinatie natuurbeheer en het houden van vleeskoeien met de verkoop van “puur Charolaisvlees uit de Limburgse natuur” via een eigen boerderijwinkel en een eigen website (www.loonen.info) In de toekomst hoopt het echtpaar één dier per maand te kunnen verzetten. Afgelopen jaar waren dit een zevental dieren die we zelf via de boerderijwinkel vers als vleespakketten of vacuüm verpakt uit de diepvries en een drietal dieren zijn via de biologische bezorgdienst Haiboerhai (van eigen erf) afgezet. Math Loonen de diepvrieskast openend: ‘ Het vlees wordt diepgevroren en vacuüm verpakt in kleine, porties van circa 180 tot 600 gram. Een sticker geeft aan welk vleesdeel het betreft en hoe je het moet klaarmaken. Daarnaast vermarkten we ook biologisch varkens- en kippenvlees van collega’s uit de biologische producentenvereniging ”van eigen Erf”. De boerderijwinkel geeft een financieel extraatje ondanks de bijkomende arbeid maar het is best leuk om contact te hebben met klanten.’

 

Guy Nantier

 

Aantal nieuwkomers Nederlandse biolandbouw groeit weer

Het Controle- en Certificatieorganisme voor de biologische productie in Nederland, Skal, constateert een voorzichtige toename van het aantal nieuwe biologische bedrijven. Tussen 2002 en 2004 nam het aantal omschakelende biologische bedrijven drastisch af door een verstoord evenwicht tussen vraag en aanbod. Sinds 2004 bleef het aantal toetreders vrij constant maar sinds 2006 lijkt het aantal nieuwkomers weer toe te nemen. Waren er in 2005 nog maar 46 bedrijven die omschakelden, in 2006 waren het er al 74.

Over dit jaar is nog weinig te zeggen. Het aantal van 16 omschakelende bedrijven tot nu toe lijkt weinig, maar een groot deel van de omschakelingen vond vorig jaar in de zomer plaats. Het kan dit jaar dus nog komen. Ook Biologica, de Ketenorganisatie voor Biologische Landbouw en Voeding, bevestigt de trendbreuk.

In de Nederlandse winkelrekken nam de omzet van de biologische producten met ruim negen procent toe tot meer dan 460 miljoen euro. Het marktaandeel van bio in de totale voedingsbranche is daarmee gestegen van 1,6 naar 1,9 procent. Steeds meer supermarkten ontdekken bio als groeimarkt. Twee maanden geleden opende Colruyt overigens een Bio Planet op de Heuvel Galerie, het kloppende hart van de Eindhovense winkelbuurt.

 

Kaderstuk

De Vlaamse biolandbouw in een notedop

De evolutie van de biologische landbouw in Vlaanderen loopt grotendeels parallel met de evolutie in de andere Europese landen. Na enkel jaren van stijging (1995-2001) daalden de oppervlakte en het aantal bedrijven merkbaar. In 2005 kwam de daling tot stilstand en bedroeg het areaal biologische landbouw 3.153 hectaren of 0,5 procent van de totale Vlaamse cultuurgrond. Vlaanderen telde in 2005 236 biobedrijven.

De biologische dierlijke productie kende in 2005 een toename ten opzichte van 2004 met 2,4 procent. Het aantal runderen (-14%) en varkens(-21%) nam af terwijl het aantal schapen(+54%), geiten (+76%) en hertachtigen (+48%) sterk zijn toegenomen. De biologische runderen bevinden zich voornamelijk in de provincies West- en Oost-Vlaanderen, de varkens, geiten en schapen in de provincie Antwerpen en het biologisch pluimvee vooral in Oost-Vlaanderen en Antwerpen.

Over het productievolume en de productiewaarde zijn tot op heden weinig betrouwbare cijfers beschikbaar. Wel is bekend dat in 2005 de Belgische consumenten 197 miljoen euro besteedden aan bioproducten waarvan 130 miljoen euro aan versproducten. Het belang van vlees in de biokorf nam na de verschillende voedselcrisissen sinds 2002 continu af.

 
 

fotoboek